11 mei 2016 Evert van de Ven

Roem is vluchtig als slagroom.

Met rood aangelopen hoofd feliciteerde de penningmeester mij na afloop van mijn lezing; hij had de voordracht fantastisch gevonden: ‘geweldig, schitterend, grappig en leerzaam….in een woord fantastisch!!!’ Voor mijn doen beduusd nam ik alle lof in ontvangst en zocht mijn toevlucht in het signeren van het boek dat hij zojuist van mij had gekocht.

‘Voor wie is het?’

‘Voor mijzelf, voor Pieter.’

Het onthouden van namen is niet direct een van mijn meest sterke eigenschappen, maar toen ik de volgende dag mijn mail opende en van dezelfde Pieter een mail ontving met de vraag ‘of hij gisteren wel helemaal duidelijk was geweest over hoe goed hij de avond had gevonden, want hij vond het echt fantastisch en onvergetelijk’, zat de naam in mijn geheugen gebeiteld. Uiteindelijk is niets menselijks mij vreemd, daar waar het waardering betreft.

Onlangs mocht ik na een pauze van een paar jaren weer op dezelfde locatie een interactieve lezing houden en ik was verguld met mezelf dat ik bij binnenkomst op het einde van de ontvangsthal Pieter zag staan en  zijn gezicht en zijn naam nog bijeen wist te brengen. Aangejaagd door enthousiasme liep ik net iets bruusker en jovialer dan te doen gebruikelijk op hem af en legde, als oude bekende die elkaar weerzien, mijn hand op zijn schouder met de woorden: ‘hi Pieter, wat leuk je weer te zien!’

Hij nam mij een moment in zich op en vroeg: ‘kennen wij elkaar?’

64777_444213342326012_415773083_n